Tagarchief: boetseerles in Nijmegen

Een heel bijzonder project.

Een project van Wim.
Hij wil “de fles van Klein” begrijpen en daarom gaat hij er één maken.
Het hele proces heeft meer dan een jaar geduurd.
Ook omdat er lessen uit gevallen zijn door corona.
Het proces van dit beeld laat zien, dat je veel geduld en doorzettingsvermogen nodig hebt om een bijzonder mooi resultaat te krijgen.

Zo is hij begonnen, hier zie je het binnenste van de fles.

Je ziet hier boven het begin van het werkstuk.
“De fles van Klein” is een wiskundig begrip, met veel toepassingen.
Wim is wiskundige en wil het principe van de fles met een oneindig oppervlak begrijpen.
“De fles van Klein” is wel vaker gemaakt, soms van glas, dan kun je de binnenkant ook zien.
Hierboven zie je ook wat er binnen in de fles van Wim zit, later als de vorm gesloten wordt, zie je het niet terug.
De vorm wordt, zoals je ziet hol opgebouwd.

Als het de vorm van de fles klaar is met één opening, maar een oneindig oppervlak, wil Wim er een beeld van maken.
Hij begint met poten en laat het langzaam groeien tot een soort draak.
Het beeld krijgt ogen, een tong en oren.
Alles wordt heel zorgvuldig aan de grondvorm vast geboetseerd.
De poten zorgen er meteen voor dat de fles niet hoeft te liggen, maar kan staan.
Hoe zorg ik ervoor dat een beeld goed blijft staan is een belangrijk beeldhouw probleem. Wim lost het goed op.

Stapje voor stapje veranderd de fles in een levend wezen.

Het wordt een vreemd wezen met een huid met schubben en stekels.
Wim kan zich helemaal uit leven in het variërend in oppervlakte structuren en kleine vormen, als vinnen, haren lelletjes enz.
Ik en de mede cursisten volgen zijn project en fantasie met aandacht en verbazing.
Uit eindelijk is het beeld klaar en wordt gebakken.
Altijd een heel spannende stap, vooral met veel kleine kwetsbare uitsteeksels.
Gelukkig gaat het allemaal goed.
De volgende stap is het beeld kleuren en transparant glazuren en nog eens bakken.
Het resultaat mag er zijn, kijk maar.

Heel mooi in detail gekleurd, met blauw, gele en groene engobe.

Het beeld van alle kanten.

Een abstracte vorm boetseren.

Vaak wordt er gedacht dat abstract werken makkelijker is, dan een figuratief beeld maken.
Eigenlijk is het allebei even moeilijk.
Om abstract te kunnen werken heb je veel fantasie nodig en je moet niet te bang zijn.
Dit beeld is gemaakt door Agnes, ze zegt weliswaar altijd “ik doe maar wat”,
Daarin zit meteen de kern, je moet jezelf de vrijheid geven maar zo iets te doen.
Dit zomaar iets doen stimuleer ik graag als docent.
Tot op een bepaald punt, want opeens is het toch een beeld en moet het aan bepaalde eisen voldoen om een aangenaam en interessant object te worden.

beeld van witte klei
Beeld met veel vormen.

Een abstract beeld moet net als ieder beeld ruimtelijk zijn en als het kan van geen kant het zelfde.
Het mag eigenlijk geen voor en achterkant hebben.
En je mag het beeld niet in één oogopslag snappen.
Bij dit beeld van Agnes is dat goed gelukt.
Je kunt het mooi zien op de foto’s.

Wat ook heel belangrijk is, is de spanning op de vorm.
Dat is iets waar ik vaak op moet wijzen. Het mag geen slappe boel lijken. het ding moet fier overeind staan.
Dat is een van de moeilijkste dingen bij het werken met klei.
Klei is slap en wil graag inzakken. toch moet je proberen om het goed en sterk overeind te houden.
Vooral het afwerken, als de klei al harder is is dan heel belangrijk en een nauwkeurig en tijdrovend werk.
Op dit laatste traject geef ik haar vaak nog wat aanwijzingen.
Door het beeld op te ruwen als het leerhard is verdoezelt Agnes kleine oneffenheden.

beeld van witte klei
Het beeld een slag gedraaid.

Je ziet dat het beeld veel beweging heeft.
Ander werk van Agnes zie je hier in dit blog wat ik eerder schreef.

wit beeld van klei
Van alle kanten anders

Hoe geef ik kleur aan klei?

De klei die je gebruikt om te boetseren koop je in pakken van 10 kilo, bij een speciale winkel voor beeldhouw benodigdheden.
Dit kan b.v. bij Dirksartissupliers in Druten.
De kleuren die de boetseer klei heeft zijn beperkt.
Er is wit bakkende klei, zo noem je dat, omdat de klei pas zijn definitieve kleur krijgt na het bakken.
Je hebt ook zwart bakkend en rood bakkende.
De rode kleur kan variëren van oranje tot donkerrood.
De zwart bakkende van bruin tot zwart.
Ik kan me voor stellen, dat je graag meer kleuren zou willen gebruiken.
Daarvoor zijn verschillende manieren.
Je kunt het galzuren.
Je kunt het insmeren met verf, olie, vet, vetkrijt, goudverf, grafiet enz.
Je kunt het ook kleuren met engobe.
Engobe is kleislib, je brengt het met een kwast aan als je werkstuk klaar is. Dat kan op natte klei, maar ook als je werkstuk al droog is.

Yvonne heeft een zwaluw gemaakt, hier kleurt ze hem met zwarte engobe.

De engobe moet je niet te dik opbrengen anders bladert het af.
Daarna moet het werkstuk gebakken worden.
Omdat alleen engobe niet goed blijft zitten, zetten we er een laagje transparant galzuur overheen, dan hecht het beter aan de klei en kan het tegen een stootje.

Dit is een beeld van Herman, hij kleurt al zijn beelden met engobe.

Hier zie je een werkstuk van Herman, met zwarte engobe en transparante glazuur. Door de glazuur word de kleur sprekender.
Met engobe kleuren is makkelijker dan glazuren, omdat je veel kant en klaren kleuren hebt, die makkelijk zijn aan te brengen.
En je maar één soort glazuur nl. transparant nodig hebt.
Ik ben benieuwd wat jou favoriete manier van klei kleuren is.